Intredepreek ds. Jaap van den Akker

Intredepreek ds. Jaap van den Akker

Ik loop inmiddels al weer een paar maanden rond in deze kerk en in deze gemeente. En ik heb al heel wat gesprekken gevoerd en vergaderingen bijgewoond – ook al gaat het vandaag pas echt beginnen. Ik heb inmiddels gemerkt dat het op sommige gebieden hier niet veel anders is dan in andere kerken. Als je iets wilt doen dat geld kost, dan moet daar eerst uitvoerig over gesproken worden.
En toch wil ik vanmiddag gelijk maar een voorstel doen.
Een voorstel dat past bij de eerste lezing van vandaag.

Maar het kost wel wat. Hoewel, met een beetje geluk verdient het zich ook weer terug.


Kijk, hier ziet u de toren van de Christus Triumfatorkerk. Het baken op de laan van Nieuw Oostindie, het kenmerk van deze kerk. Een toren van 42 meter lang. Je ziet hem als je aankomt op het station laan van NOI. Je ziet hem als je uit de Haagse bos fietst.
Eerste stelde ik al voor een 40 meter lange banner aan de toren te hangen met wervende teksten, bijv. “A.s. zondag intrede van de nieuwe predikant”, of “15 en 16 september startweekend met een goed boek”. We zullen er vast geen vergunning voor krijgen.

Maar toen ik tussen alle hectiek van deze week door over de tekst uit Zacharia nadacht, toen dacht ik: Die prachtige klokkentoren van de CTK die kan het reuzenrad op de pier in Scheveningen naar de kroon steken. We maken er een 42 meter lange trap tegenaan en nodigen mensen uit om op de top een kijkje in de hemel te nemen. Ik denk dat het een topattractie wordt. Voor een euro mag je naar binnen, en binnen de kortste keren hebben we de kosten van de trap terugverdiend en kan en passant de toren een likje verf krijgen, het orgel gerestaureerd worden en de kelder weer tot flitsend jeugdhonk worden omgeturnd.
Ik zie hier en daar al wat wenkbrauwen fronsen, en hoe zat het ook alweer met die toren ooit in Babel? Wilden die ook niet een kijkje in de hemel werpen? Hoe liep het daar ook alweer mee af?
 
Toch is dat wat Zacharia ons laat doen vandaag. In de hemel kijken. Hij ziet een bruisende stad waar plek is voor iedereen. Ouderen zitten op een bankje onder een boom op het plein, waar kinderen spelen en plezier maken.
Als je boven op de toren van de CTK staat dan zou je dit moeten zien: Een stad badend in het zonlicht. Groene bomen die vrucht dragen, helder blauw water dat leven geeft en fris maakt. Vliegerende jongeren en zwemmende en voetballende kinderen. Twee oudere mensen aan de waterkant, en in het midden een feestelijke optocht van jong en oud en van alle mensen uit de stad. Met tulband of hoofddoek. Als ik bovenop de kerktoren zou staan zou ik hopen dat ik dat zie. Een stad om van te dromen. Een stad waar geestelijke ruimte is. Ruimte om te geloven. Ruimte om kritisch te zijn. Ruimte om aandacht te hebben. Ruimte om niet de waarheid in pacht te hebben, maar waar je wel met overtuiging kunt laten zien waar je voor staat, waar je in gelooft.
Ik zie een stad – een stad van vrede en recht, zoals Den Haag zich graag afficheert – waar op al die groene plekken mensen elkaar ontmoeten in plaats van langs elkaar heen leven. Elkaar aanspreken in plaats van uitschelden. Een plek waar kerkelijke gemeenschappen lichtpunten mogen zijn, waar de bevrijdende boodschap van het Evangelie klinkt. De klokkentoren van de CTK als baken in de stad. Niet omdat wij alles beter weten, of anderen verketteren, maar omdat wij geloven in een stad, in een wereld waarin ieder mens telt, ieder mens gekend is en wordt liefgehad.
 
Het wordt tijd om de trap weer af te dalen en 42 meter lager met mijn beide voeten op de grond te staan. Midden op het drukke kruispunt voor de kerk. Want hoe doen we dat dan? Dromen van een stad van Vrede en Recht? En, ach, dromen gaat nog wel, maar handen en voeten geven?

Jezus helpt ons op weg vandaag, in de andere lezing. Want Jezus staat niet hoog verheven, ver weg. Jezus gedraagt zich niet hemels, onaanraakbaar. Jezus is dichtbij. Jezus kun je aanspreken, aanraken. Jezus brengt de hemel dichtbij mij, bij ons. De hemel op aarde. Waar zo’n groots visioen je kan inspireren en optillen – zoals bij mij vaak het geval is – zo kan een visioen van een stad van vrede ook verlammen. “Zo mooi, zo groots – het staat zo haaks op mijn leven, dominee. Wat moet ik daarmee? Kijk om je heen? Stad van vrede? Waar dan? De een zet de wereld tegen zich op met een cartoonwedstrijd, de ander roept op om hem om te brengen. En dan heb ik het nog maar over onze stad, dominee. Kijk naar dit land. Wat mensen elkaar aandoen. Een steekpartij in Amsterdam, Jos B en Nicky Verstappen. Kijk naar de wereld, de vrede is verder weg dan ooit…”
Ja, een visioen kan ook verlammen, en daarom spreekt Jezus niet alleen grote woorden, hij verricht ook daden – in het klein. Hij laat ons iets van het visioen ervaren, omdat wij er blind voor zijn, of aan voorbij leven. Jezus verricht hier een wonder. Een teken van het koninkrijk. Maar hij schreeuwt het niet van de daken. Hij ontrolt het niet aan een banner van de klokkentoren. Er wordt een blinde man bij Jezus gebracht. Door wie? Door de menigte? “Men smeekt hem aan te raken.” Willen ze een wonder zien, een bewijs van het bestaan van het koninkrijk? Hoe dan ook, Jezus gaat daar niet in mee. Het is geen show. Jezus is niet voor het grote publiek , het is geen 'Israel Got Talent'.  Jezus neemt de blinde apart. Ze gaan het dorp uit. Ze zoeken de rust op. Het echte contact.
Om de blik scherp te krijgen moet je echt zijn. Geconcentreerd. Aanwezig. En in die kleine, intieme ontmoeting gebeurt het wonder. De blinde vlek wordt weggenomen. Eerst nog troebel, later helder. Het gaat niet vanzelf, dat blijkt wel, je moet er moeite voor doen, maar doordat Jezus je aanraakt  ga je zien. Geen donderslag bij heldere hemel, maar langzamerhand, eerst vaag, dan scherper…
 
Om het koninkrijk te ontdekken in deze stad, moeten we opzoek gaan naar genezing. Genezing van onze blindheid en doofheid. Waar zitten onze blinde vlekken? Verblind door succes, door liefde die blind maakt, of juist in blind van vertrouwen ergens ingestapt.
Onze troebele blik maakt dat we het niet zien, dat ook in onze stad het koninkrijk te ontdekken is. Dat we met beide benen op de grond, hier in deze kerk, in deze gemeente, in deze wijk, Jezus kunnen ontmoeten – God kunnen vinden. In de mensen om ons heen. In aandacht en zorg voor elkaar – zoals wij zelf deze week al hebben mogen ervaren, met jullie aanwezigheid, hulp en aandacht.
 
Laat dat de opdracht zijn voor ons als gemeente van de Christus Triumfatorkerk - als gemeente van Christus vooral! - om elkaar te wijzen op het wonder in ons bestaan. Op bijzondere ontmoetingen, op echte gesprekken, op liefde sterker dan de dood. Op léven dat de dood ontstijgt. Het is er echt. Niet in het geschreeuw van de nieuwsberichten, wel in de stilte van de ontmoeting. In het wonder van nieuw leven. In echt contact.
 
Als we elkaar erop wijzen, gaan we het ontdekken. Het bestaat: pleinen met oude mensen steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd en de straten krioelend van de spelende kinderen. Ik heb ze al gezien die groene pleinen: een kleine: het Van Imhoffplein hier om de hoek, of iets groter bij de Van Hoogstraatenschool.
Het bestaat echt: vrede voor de stad. Het bestaat dat de schellen van onze ogen vallen en we elkaar zien staan, dat we Jezus herkennen in de ander.
Dat hoop ik, dat bid ik voor deze kerk, onze gemeente, deze stad. Amen.

terug